Kennisplatform over milieueffectrapportage

Pas op voor 'verborgen gebiedsbescherming'

do 9 maart 2017

Bij de term ‘gebiedsbescherming’ is de eerste gedachte die in de ruimtelijke praktijk opkomt altijd: Natura 2000. Dat is op zich niet gek. Er is in de afgelopen jaren meer dan genoeg te doen geweest omtrent de toetsing van ruimtelijke plannen aan de eisen van de Natuurbeschermingswet 1998 en dat zal ook onder de recente in werking getreden Wet natuurbescherming nog wel even zo blijven. De Passende Beoordeling krijgt terecht veel aandacht bij het opstellen en (voor)toetsen van de planproducten. Maar in al dat geweld dreigt een andere vorm van gebiedsbescherming ondergesneeuwd te raken. Gebiedsbescherming die net zo goed tot vernietiging bij de Afdeling bestuursrechtspraak kan leiden. Het ToetsTeam signaleert in deze aflevering: de gebiedsbescherming die voortvloeit uit de Provinciale Verordening Ruimte.

Hoofdrol in deze aflevering is voor de uitspraak van de Afdeling van 14 september 2016, inzake het bestemmingsplan ‘Industrieterrein Oosthuizerweg’ van de gemeente Edam-Volendam. In deze procedure doen appellanten een beroep op maar liefst drie vormen van gebiedsbescherming uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening van Noord-Holland, en alle drie de beroepsgronden slagen. Het gaat om de bescherming van:

  • gronden die vallen onder het ‘landelijk gebied’;
  • UNESCO-werelderfgoed (de Stelling van Amsterdam), en;
  • weidevogelleefgebieden.

Voor het landelijk gebied oordeelde de Afdeling dat de plantoelichting niet uitdrukkelijk op alle eisen uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening ingaat. Voor het UNESCO-werelderfgoed had het bevoegd gezag volgens de Afdeling niet de juiste kaart betrokken en daardoor ten onrechte geoordeeld dat het plangebied niet in de Stelling van Amsterdam lag. Voor het weidevogelleefgebied had het bevoegd gezag op zich terecht geconstateerd dat het plangebied erbuiten lag, maar oordeelt de Afdeling dat dan over de band van de goede ruimtelijke ordening alsnog wel rekening moet worden gehouden met de effecten van het plan op het weidevogelleefgebied.

De ‘indirecte’ externe werking van de gebiedsbescherming uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening is ook aan de orde in de uitspraak van de Afdeling van een week later (21 september 2016) inzake het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Camping Zeeburg' van de gemeente Amsterdam. Hier ging het om de EHS. De Afdeling bevestigt dat de effecten op de EHS van een plan dat buiten de EHS ligt, bij de besluitvorming moeten worden betrokken. In dit geval was de raad voorbereid. Er waren verschillende planregels opgenomen die volgens de Afdeling bij elkaar garanderen dat de wezenlijke kenmerken en waarden niet worden aangetast. Helaas wordt het bestemmingsplan alsnog vernietigd, omdat het plangebied deels is gelegen binnen een Ecologische Verbindingszone (EVZ) en onvoldoende is onderbouwd dat dit niet tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden leidt.

Als laatste signaleren wij de uitspraak van de Afdeling van 4 januari 2017 inzake het bestemmingsplan ‘Noordelijke inprikker’ van de gemeente Wageningen. Ook in de provincie Gelderland komt gebiedsbescherming in alle denkbare vormen voor. In deze uitspraak gaat het, naast de EVZ, om stiltegebieden en om ‘Waardevol open gebied’. Ook hier lag het plangebied niet binnen de grenzen van deze gebieden, maar bevestigt de Afdeling dat via de toets van de goede ruimtelijke ordening alsnog naar de effecten op het stiltegebied en het Waardevol open gebied moet worden gekeken. Dat heeft de raad in dit geval zorgvuldig gedaan. Het bestemmingsplan van Wageningen blijft in stand.

De les uit de uitspraken van de Afdeling ligt voor de hand, maar is daarom niet minder waardevol. De provinciale ruimtelijke verordeningen kennen elk hun eigen, brede pallet aan gebiedsbescherming. Tegenstanders weten deze regels feilloos te vinden. En de Afdeling loopt de vereisten, stuk voor stuk, heel secuur af. Als er één stukje onderbouwing mist, gaat het plan onderuit. Het is dus aan het bevoegd gezag om, bij het opstellen van een plan, de Provinciale Ruimtelijke Verordening artikel voor artikel door te lopen. En het is aan de toetsers om hier bovenop te zitten. Wanneer de provinciale gebiedsbescherming de aandacht krijgt die zij verdient, kan het plan de procedure bij de Afdeling met vertrouwen tegemoet zien.

ToetsTeam Pels Rijcken
Roelof Reinders

Uitspraken: AbRvS 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2449 (link)
AbRvS 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2508 (link)
AbRvS 4 januari 2017, ECLI:NL:RVS 2017:5 (link)

Reacties

Copyright 2017 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren