over planvorming en effectstudies

MER vereist meer objectiviteit en deskundigheid
Jan Veeken

di 21 mei 2019

Het schort nogal eens aan de kwaliteit van MER-rapporten. Zowel in 2017 als in 2018 bleek rond de 70% van de MER-rapporten tekortkomingen te hebben. Dit is zeer verontrustend, omdat bestuurders, ambtenaren en initiatiefnemers bij besluitvorming vaak teruggrijpen op het feit dat er een MER wordt uitgevoerd. Juist als omwonenden of verontruste natuurorganisaties in een vroeg stadium van plannen kritiek hebben vanwege belangrijke milieu- en natuurgevolgen. Het MER wordt dan opgevoerd ter geruststelling met de boodschap dat er serieus naar de milieugevolgen gekeken wordt. Het MER dient dan als een soort "keurmerk".

MER-rapporten komen echter regelmatig onder vuur te staan door insprekers, wetenschappers, maar ook door de Cie m.e.r. Dit laatste wordt gestaafd door de vele aanvullingen die de Cie m.e.r. vraagt bij de toetsing van de MER-rapporten. In 2017 en 2018 bleken respectievelijk van de 84 en 70 MER-rapporten waarvoor een toetsingsadvies is gegeven, 70% (2017) en 67% (2018) van de rapporten tekortkomingen te hebben en vroeg de Cie m.e.r. om een aanvulling. Na de aanvulling werd de kwaliteit in 80% van de gevallen door de Cie m.e.r. wel als voldoende beschouwd. Het kwam echter ook voor dat na de tweede aanvulling de kwaliteit nog als onvoldoende werd beschouwd. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij het project Industriezandwinning IJsselmeer. Natuurorganisaties en deskundigen wezen op vele onvolkomenheden in het MER en werden onlangs in het gelijk gesteld door de gemeenteraad van De Fryske Marren die, geschrokken door de ernstige milieugevolgen en het minimaliseren ervan in het MER, het ontwerp-bestemmingsplan definitief heeft afgekeurd.

 

Soms komen de aanvullingen op MER-rapporten niet bij de Cie m.e.r. terecht voor een hertoetsing, omdat dit vrijwillig is en geld kost, waardoor veelal de kleinere gemeenten een advies van de Cie m.e.r. niet aanvragen. Een duidelijke controle op de kwaliteit ontbreekt zodoende. Dit is een weeffout in de wet en zet de kwaliteit van de MER onder druk. Ook is Nederland dit voorjaar op zijn vingers getikt door de Europese Commissie o.a. vanwege het ontbreken van een duidelijke kwaliteitsborging in de wetgeving.

Niet alleen Europa en de Cie m.e.r. wijzen op onvolkomenheden maar ook betrokken natuurorganisaties en burgers brengen in eigen notities of zienswijzen fouten van een MER naar buiten. Naast het bovengenoemde voorbeeld van de Industriezandwinning IJsselmeer is een bekend voorbeeld de groep SATL (Samenwerkende Actiegroepen Tegen Laagvliegroutes). Deze groep heeft  een paar keer op fouten gewezen in het (aanvullende) MER over heropening van het vliegveld Lelystad. Het MER moest daarom wederom aangevuld worden, en het vertrouwen in een objectieve MER is daar geschaad.

Objectiviteit

De MER-wereld, en met name de MER-makers (lees: de adviesbureaus) dienen meer aandacht te geven aan het risico van belangenstrengeling. Dat kan, in het geval dat een overheid zowel initiatiefnemer is als bevoegd gezag, via een strikte scheiding tussen de makers van het MER (de initiatiefnemer die daarvoor een adviesbureau inhuurt) en bevoegd gezag die het MER als eerste beoordeelt, maar echter ook vaak belang heeft bij het MER-project (zie het artikel van Bart Barten van 11 mrt j.l.). Niet alleen binnen overheden dient dit georganiseerd te worden maar ook door, in opdrachtbrieven of contracten tussen MER-makers en opdrachtgevers passages op te nemen over de onafhankelijkheid van de MER-maker waarbij ze bij de beschrijving en beoordeling van milieugevolgen niet alleen gehouden zijn aan de mening van de opdrachtgever. Anders kan men wachten op anderen die een vervolgartikel schrijven op het artikel van prof. Michiel de Vries in Trouw (d.d. 5-2-2019) met als titel “Wie betaalt bepaalt, en dat geldt ook voor MER”.

Deskundigheid

Regelmatig worden in een MER conclusies getrokken op het gebied van cumulatie en significantie die niet goed onderbouwd zijn of methodisch niet kloppen. Aan een juiste onderbouwing van cumulatie komt men in een MER veelal niet toe. Er wordt veelal een opsomming gegeven van alle projecten die in de nabijheid en in dezelfde periode plaatsvinden van het project dat in het MER onderzocht wordt. Daarbij worden de milieueffecten, die reiken tot in het plangebied van het onderzochte project  (soms citaten uit andere MERren), enkel netjes vermeld. De opsomming zou echter altijd uitgebreid moeten worden met een analyse of de opeenstapeling van effecten meer is dan de som van de delen. Als ieder milieueffect, van verschillende projecten in elkaars nabijheid en in dezelfde tijdshorizon, net onder de norm blijft of beperkt negatief is, dan is het totaal waarschijnlijk boven de norm of duidelijk negatief.

Ook wordt er discutabel omgesprongen met de term significantie. Vaak wordt er in een MER of Passende Beoordeling niet goed uitgelegd wanneer er sprake is van een significant negatief effect en welke aspecten meetellen in die significatie, en vooral in welke mate. Het ontbreekt nogal eens aan navolgbaarheid, ook bij “professional judgement”. Hier ligt werk voor onderzoeksinstituten of promovendi die de begrippen cumulatie en significantie nader zouden moeten onderzoeken.

Oproep aan MER-betrokkenen

Gezien de kritische punten die ik hiervoor heb gesteld ten aanzien van de kwaliteit van MER’ren, roep ik een ieder op, die bezig is met MER,  zorg te besteden aan de benodigde objectiviteit en deskundigheid. Het MER mag nooit een instrument worden om bijvoorbeeld “alleen aan de wet te voldoen”, ambtenaren aan het werk te houden of een verdienmodel te zijn voor adviesbureaus. Zet in op praktijkopleiding en permanente scholing van (jonge) MER-deskundigen. De status van objectiviteit en betrouwbare milieu-informatie van een MER  moet bewaard blijven.

Reacties

Commissie voor de milieueffectrapportage - Commissie voor de milieueffectrapportage 17 juni 2019 12:35

Zoals Jan Veeken in zijn blog van 21 mei 2019 terecht opmerkt is de informatie in milieueffectrapporten vaak van onvoldoende kwaliteit. Effecten op natuur of gezondheid zijn dan bijvoorbeeld niet goed onderzocht of berekeningen en conclusies kloppen niet. De Commissie voor de milieueffectrapportage signaleert dat de laatste jaren in ca 70% van de rapporten essentiƫle informatie voor de besluitvorming ontbreekt. Meestal wordt het rapport dan aangevuld. Na de aanvulling wordt de kwaliteit van de informatie in 80% van de gevallen door de Commissie wel als voldoende beschouwd. Veeken merkt verder op dat in een MER conclusies over natuur vaak niet goed onderbouwd zijn of onderzoek methodisch niet klopt. Ook voor de Commissie is dit herkenbaar. Belangrijk voor onderbouwde conclusies over natuur is voldoende ecologische kennis van de MER-schrijver. Deze kennis blijkt niet altijd aanwezig. De Commissie blijft haar kennis verspreiden, zodat MER-schrijvers hiermee kwalitatief betere rapporten kunnen maken. In zijn blog gaat Veeken in op het milieueffectrapport voor zandwinning in het IJsselmeer. Hier was de Commissie kritisch. Zij concludeerde tot drie keer toe dat het rapport onvoldoende was om een zorgvuldig besluit te kunnen nemen. De laatste keer was in 2016. Daarna hebben de betrokken overheden er voor gekozen om geen advies meer te vragen aan de Commissie. Dat is bij aanvullende informatie overigens ook niet wettelijk verplicht. Omdat het belangrijk is bij het besluit volledige, correcte en ook objectieve informatie beschikbaar te hebben zou het goed zijn, dat de Commissie altijd in staat gesteld wordt die aanvullende informatie alsnog te toetsen.

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren