over planvorming en effectstudies

MER verbeteringen
niet alleen feiten en cijfers beschrijven, ook toelichten!
Lex Runia

di 28 mei 2019

Feiten en cijfers worden steeds minder vertrouwd of geaccepteerd bij de beschrijving en beoordeling van milieueffecten ten behoeve van besluitvorming over plannen of projecten. Als een voorgenomen ontwikkeling je niet aanstaat ga je niet op zoek naar inhoudelijke argumenten, maar richt je je pijlen op je tegenstander door twijfel te zaaien over kwaliteit, deskundigheid en integriteit. Interessant is dat daarbij te zien is dat zonder enige inhoudelijke onderbouwing wordt geponeerd dat zorgvuldig verzamelde en getoetste informatie niet klopt. Hoe moet je daar als m.e.r.-maker mee omgaan?

Dat ook milieueffectrapportage en de Commissie m.e.r. met deze trend te maken krijgen, was dan ook te verwachten. Onlangs zijn in één adem zowel de Commissie m.e.r. als de opstellers van milieueffectrapporten gekwalificeerd als onbetrouwbaar en als loopjongens van hun opdrachtgevers. Dat past in die trend waarbij niet op inhoudelijke argumenten wordt gedebatteerd, maar de betrouwbaarheid van de tegenpartij wordt ondermijnd. Dat treft niet alleen de Commissie m.e.r., maar bijvoorbeeld ook het Planbureau voor de Leefomgeving.

Los daarvan: er valt inderdaad wel wat de verbeteren aan de kwaliteit van milieueffectrapporten. en de wijze van toetsing. Dat is recent door de Europese Commissie ook opgemerkt. Dat laat echter onverlet dat het systeem – de procedure van milieueffectrapportage, de manier waarop dat is georganiseerd en de bijdrage van betrokken partijen– al jaren heeft bewezen bij te dragen aan verbetering van plannen, goede besluitvorming en in een aantal gevallen ook tot het kiezen van de ‘nuloptie’, namelijk een plan niet door laten gaan. Alleen al de aanwezigheid van de m.e.r.-procedure, de verplichting om na te denken over het milieu in planvorming en de aanstelling van een onafhankelijke commissie voor de milieueffectrapportage heeft al een positief effect.

We realiseren ons kennelijk niet dat dit hele samenhangende systeem van onderzoek, afweging en toetsing en de manier waarop milieubelangen worden meegenomen en meegewogen bij besluitvorming eigenlijk nogal bijzonder is. Voor zover ik het kan overzien, is alleen voor milieueffecten wettelijk geregeld dat er objectieve informatie beschikbaar moet zijn, die door een onafhankelijke en objectieve instantie wordt getoetst. Zelfs als de overheid initiatiefnemer is en tegelijkertijd bevoegd gezag is er  een scheiding tussen de (rollen van) initiatiefnemer (die de milieu-informatie levert) en bevoegd gezag (dat beoordeelt of de milieu-informatie voldoende kwaliteit heeft). Dit is nu al wettelijk zo geregeld. Bij andere informatie die wordt gebruikt voor besluitvorming (zoals de financiële onderbouwing) is zo’n waarborg en scheiding van rollen lang niet altijd aanwezig. Zo heb ik meegemaakt dat bij ambitieuze ruimtelijke ontwikkelingen er financiële onderbouwingen zijn gebruikt die nogal optimistisch waren en die bij een onafhankelijke toets door de mand zouden vallen.

Kortom, in plaats van het ondermijnen van milieueffectrapportages en van de m.e.r.-deskundigen moeten we werken aan het verder verbeteren van de opzet, inhoud en methodiek van milieueffectrapportage. En de communicatie over de te verwachten effecten moet beter. Wat zeggen de getallen in een MER over de impact op de woonomgeving van betrokken burgers? Een m.e.r.-deskundige kan niet meer vertrouwen op het feit dat correct berekende getallen in het MER ook als dusdanig geaccepteerd worden. Het moet uitgelegd worden, anders ontstaan er verkeerde interpretaties die een eigen leven gaan leiden. Dat zet je als m.e.r-maker niet gemakkelijk weer recht. Dit alles vraagt vanzelfsprekend om een kritische houding ten aanzien van de manier waarop we nu werken en met elkaar omgaan. Maar verdachtmakingen en halve waarheden helpen daar niet bij.

Reacties

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren