Toetsing aan instandhoudingsdoelen

Bookmark Download dit artikel Print deze pagina

woensdag 8 februari 2012 Toets 2012/1 227x gelezen

Bij de toetsing aan de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 speelt het begrip ‘gunstige staat van instandhouding’ een centrale rol. Om dit begrip te kunnen hanteren is het in Nederland vertaald in andere abstracte begrippen als sleutelpopulaties en ecologische draagkracht. Ook deze termen dienen een concrete vorm te krijgen om ermee te kunnen werken. De afgelopen jaren is voor de invulling van deze begrippen veel methodisch pionierswerk verricht met veelvuldig gebruik van statistische modellen. Dit pionierswerk is door de auteurs veelal met de nodige slagen om de arm gepresenteerd en soms ook met aanbevelingen voor evaluatie en nader onderzoek. Vaak is dit niet gebeurd en de gevolgen daarvan merken we regelmatig in de toetsingspraktijk, statistische analyses boordevol aannames leiden tot modeluitkomsten die zonder enige nuance worden vertaald in harde juridische normen. Dergelijke normen houden echter geen rekening met natuurlijke dynamiek, en de voorgeschreven aantallen zijn bovendien soms aantoonbaar te hoog. Aanpassing is dringend gewenst en goed uit te leggen in Brussel.

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Pagina 4
  • Pagina 5

Pagina 1

TOETS0112
10
natura 2000
DE AUTEUr
Eric van der Aa (010 2018630, e.vanderaa@rboi.nl) is senior adviseur
ecologie RBOI Rotterdam Bv. Hij is tevens redacteur van Toets.
H
et begrip significantie ...
TOETS0112 10 natura 2000 DE AUTEUr Eric van der Aa (010 2018630, e.vanderaa@rboi.nl) is senior adviseur ecologie RBOI Rotterdam Bv. Hij is tevens redacteur van Toets. H et begrip significantie speelt een sleutelrol bij procedurele problemen rond Natura 2000. Bij het defini?ren van dit be- grip is een belangrijke rol weggelegd voor de instandhou- dingsdoelen die per Natura 2000-gebied zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten. Indien als gevolg van een ingreep het bereiken van een instandhoudingsdoel wordt bemoeilijkt, dan dient dit effect op grond van jurisprudentie als een significant negatief effect te worden beoordeeld. vervolgens is de zogenoemde ADC-toets (alternatieven, dwingende reden van groot openbaar belang, compensatie) verplicht. Die ADC-toets is een vrijwel onneembare hindernis aangezien de `dwingende reden van groot openbaar belang' zelden kan worden aangetoond. De toets is daardoor vaak het einde van een project en daarom is het van groot belang de instandhoudingsdoelen niet te frustreren om significante effec- ten te voorkomen. Sleutelpopulaties Een veel gebruikt begrip om instandhoudingsdoelen te defini?ren is de zogenaamde sleutelpopulatie. voor kwalificerende broedvogelsoorten zijn de instandhoudingsdoelen voor een Natura 2000-gebied vastgelegd als sleutelpopulaties per soort per gebied. Daarnaast wordt voor een gunstige GEwEnST:ruimTEvOOrnuancESEndynamiEk TOETSinGaan inSTandHOudinGSdOElEn Bijdetoetsingaandeinstandhoudingsdoelenvannatura2000speelthetbegrip`gunstigestaatvan instandhouding'eencentralerol.Omditbegriptekunnenhanterenishetinnederlandvertaaldin andereabstractebegrippenalssleutelpopulatiesenecologischedraagkracht.Ookdezetermendienen eenconcretevormtekrijgenomermeetekunnenwerken.deafgelopenjarenisvoordeinvullingvan dezebegrippenveelmethodischpionierswerkverrichtmetveelvuldiggebruikvanstatistischemodellen. ditpionierswerkisdoordeauteursveelalmetdenodigeslagenomdearmgepresenteerdensomsook metaanbevelingenvoorevaluatieennaderonderzoek.vaakechterooknietendegevolgendaarvan merkenweregelmatigindetoetsingspraktijk,statistischeanalysesboordevolaannamesleidentotmodel uitkomstendiezonderenigenuancewordenvertaaldinhardejuridischenormen.dergelijkenormen houdenechtergeenrekeningmetnatuurlijkedynamiek,endevoorgeschrevenaantallenzijnbovendien somsaantoonbaartehoog.aanpassingisdringendgewenstengoeduitteleggeninBrussel. Ericvanderaa staat van instandhouding op nationale schaal een minimaal aantal sleu- telpopulaties vereist. De `Leeswijzer Natura 2000 gebiedendocumenten' van het ministerie van LNv (november 2006) definieert een sleutelpopu- latie als: "...een populatie waarvan de kans op uitsterven in de eerstkomende 100 jaren, bij gelijkblijvende habitatkwaliteit en hoeveelheid habitat, minder dan 5 procent wordt geacht. Daarbij dient de populatie wel onderdeel uit te maken van de landelijke metapopulatie, waardoor een geringe uitwis- seling met andere sleutelpopulaties optreedt. De gewenste minimum om- vang van een sleutelpopulatie is vooral afhankelijk van de levensduur van de vogels. Bij lang levende vogels (jaarlijkse sterfte 25-35 procent) bedraagt deze meer dan 20 paren, bij middellang levende soorten (jaarlijkse sterfte 35-45 procent) meer dan 40 paren en bij kort levende vogels (jaarlijkse sterf- te 45-55 procent) meer dan 100 paren."

Toets is een uitgave van Aeneas.
© 2012 www.toets-online.nl - alle rechten voorbehouden.